Je auto: basis en uitrusting
De zitplaatsen in je auto
Zitplaatsen

De zitplaats van de bestuurder moet minstens 55 centimeter breed zijn. Voor passagiers volstaat een breedte van 40 centimeter.
Elke zitplaats moet uitgerust zijn met een veiligheidsgordel. Die moet je altijd correct dragen: over de schouder en zeker niet onder de arm.
Wie moet geen veiligheidsgordel dragen?

Het dragen van de veiligheidsgordel is niet verplicht voor:
- bestuurders die achteruit rijden
- bestuurders van taxi’s tijdens het vervoeren van klanten
- bestuurders en eventueel passagiers van prioritaire voertuigen, wanneer hun taak dit vereist
- bestuurders die een vrijstelling hebben om medische redenen
- postbodes die na korte afstanden regelmatig moeten stoppen om brieven of pakketten te bezorgen
Wanneer moet een aangepast kinderzitje gebruikt worden?

Als je kinderen vervoert die jonger zijn dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter, moet je een geschikt kinderbeveiligingssysteem voorzien.
Wil je dit vooraan plaatsen, dan mag het niet naar achter gericht zijn. Dat mag alleen als je de airbag van de auto kunt uitschakelen.

Kinderen ouder dan 3 jaar maar kleiner dan 1,35 meter mogen in uitzonderlijke gevallen achteraan meerijden met enkel de veiligheidsgordel.
Dit is enkel toegelaten voor korte afstanden en wanneer het kind niet door de ouders zelf, maar door iemand anders wordt vervoerd.
Wat moet zeker in je auto aanwezig zijn?
Een verbanddoos of -etui

Een verbanddoos of verbandetui moet altijd in je auto aanwezig zijn.
Een brandblusser

Een brandblusser moet altijd in je auto aanwezig zijn.
Een gevarendriehoek

Een gevarendriehoek moet altijd in je auto aanwezig zijn.
Een fluohesje

Een fluohesje moet altijd in je auto aanwezig zijn.
Eén exemplaar is in principe voldoende, maar het is beter dat je er voor elke passagier één hebt. Zorg dat het binnen handbereik ligt, want soms heb je het al nodig vanaf het moment dat je de auto verlaat.
Documenten

Documenten die altijd in de auto aanwezig moeten zijn:
- De groene (of witte) kaart van je verzekering, die mag je ook digitaal tonen op je smartphone
- Het kentekenbewijs, ook inschrijvingsbewijs genoemd (deel 1, deel 2 bewaar je thuis)
- Het keuringsbewijs (indien van toepassing, bijvoorbeeld niet voor nieuwe auto’s)
- Het gelijkvormigheidsattest afgeleverd door de constructeur
Documenten die je als bestuurder altijd bij je moet hebben:
- Je rijbewijs
- Je identiteitskaart
Klaar om te oefenen?
Je hebt dit onderdeel afgerond. Test je kennis met 31 oefenvragen.
Oefenvragen starten