Overtredingen van de derde graad

Je moet altijd onmiddellijk luisteren naar de bevelen van een agent, bijvoorbeeld stoppen wanneer hij dat aangeeft.
Staat je voertuig stil of geparkeerd, dan moet je het ook meteen verplaatsen als de agent dat vraagt.

Je moet gezond genoeg zijn om veilig te kunnen rijden, en voldoende kennis en rijvaardigheid hebben.
Je moet altijd alle nodige handelingen kunnen uitvoeren en je voertuig (of dieren) goed onder controle houden.

Je mag geen gsm of ander toestel met scherm gebruiken, vasthouden of bedienen tijdens het rijden. Het mag alleen als het toestel vastzit in een houder in de wagen.

Wanneer er twee rijbanen zijn met een middenberm, mag je de linkse rijbaan niet volgen, behalve wanneer de plaatselijke reglementering dat toestaat.

Je mag niet op de pechstrook rijden.

Je moet kruisen langs rechts.

Wanneer je moet uitwijken voor een obstakel aan jouw kant van de rijbaan, moet je de tegenliggers voorrang geven.

Wanneer je de gelijkgrondse berm gebruikt om te kruisen of om in te halen omdat de rijbaan te smal is, mag je andere weggebruikers daarbij niet in gevaar brengen.

Wanneer je een spoorvoertuig langs links kruist, mag je de tegenliggers niet hinderen en zeker niet in gevaar brengen.

Als je ingehaald wordt, moet je zo zoveel mogelijk naar rechts uitwijken en mag je zeker niet versnellen.

Wanneer je de tegenliggers niet goed kunt zien, mag je niet inhalen.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij mist, hevige regen of andere slechte zichtomstandigheden.

Je mag niet inhalen op een onbewaakte overweg.

Je mag niet tripleren.

Wanneer je voorligger stopt aan een oversteekplaats voor voetgangers of fietsers, mag je hem niet inhalen.

Wanneer je moet uitwijken om af te slaan, controleer je eerst of niemand je inhaalt. Let er ook op dat je de tegenliggers niet hindert.

Wanneer je links wil afslaan, moet je de tegenliggers voorrang geven.

Wanneer je van richting verandert, moet je voorrang geven aan bestuurders op de andere delen van dezelfde weg, zoals fietsers op het fietspad.

Wanneer je van richting verandert, moet je voorrang geven aan voetgangers die de rijbaan oversteken waar jij wil inslaan.

In een woonerf of erf mag je voetgangers niet hinderen en zeker niet in gevaar brengen. Wees daarbij extra voorzichtig voor kinderen.

Op een voorbehouden weg mag je andere gebruikers niet hinderen en zeker niet in gevaar brengen. Wees extra voorzichtig voor kinderen en zorg dat je het verkeer niet nodeloos belemmert.

Wanneer je in een voetgangerszone mag rijden, doe je dat stapvoets. Je mag voetgangers niet hinderen en zeker niet in gevaar brengen.

Wanneer je in een speelstraat mag rijden, doe je dat stapvoets. Je mag voetgangers niet hinderen en zeker niet in gevaar brengen. Wees daarbij extra voorzichtig voor kinderen.

Wanneer het donker wordt of het zicht beperkt is tot minder dan 200 meter, moet je je dimlichten gebruiken.

Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter mag je alleen vervoeren in een goedgekeurd en correct geplaatst kinderbeveiligingssysteem, behalve bij occasioneel vervoer door iemand anders dan de ouders.
Je mag bovendien niet meer kinderen vervoeren dan er plaatsen zijn met een gordel of kinderbeveiligingssysteem.

Wanneer een prioritair voertuig nadert, moet je onmiddellijk ruimte maken, voorrang geven en zo nodig stoppen.

Wanneer je een schoolbus ziet, moet je extra voorzichtig zijn. Stop indien nodig, zeker wanneer beide richtingaanwijzers branden om aan te geven dat er kinderen gaan in- of uitstappen.

Voetgangers mag je nooit in gevaar brengen.

Wanneer je langs een bus of tram rijdt die stilstaat om passagiers te laten in- of uitstappen, moet je vertragen.

Wanneer er aan een halte geen vluchtheuvel is en passagiers in- of uitstappen aan jouw kant, moet je hen voorrang geven. Dat betekent dat je stopt zodat zij veilig kunnen oversteken.

Voetgangers die begonnen zijn over te steken toen het licht groen was, moet je laten oversteken, ook al heb jij intussen zelf groen.
Je mag ook nooit stoppen op de oversteekplaats.

Voetgangers die een oversteekplaats gebruiken of willen gebruiken, hebben altijd voorrang. Nader een oversteekplaats dus altijd met matige snelheid.

Je mag geen groep uiteenrijden of onderbreken.
Dat kan gaan om een groep voetgangers, zoals kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap.
Ook een stoet of een militaire colonne mag je niet onderbreken.
Een groep wielrenners die deelneemt aan een wedstrijd mag je evenmin onderbreken. Wanneer je zo’n groep nadert, moet je onmiddellijk uitwijken en stoppen.

Je moet altijd luisteren naar de aanwijzingen van een gemachtigd opzichter die mensen helpt oversteken.
Ook naar militairen die een colonne begeleiden; wegkapiteins bij groepen fietsers en motorfietsers; groepsleiders bij voetgangers en ruiters; en naar werfopzichters van werken op de openbare weg moet je luisteren.

Je mag fietsers en bromfietsers niet in gevaar brengen en je moet extra voorzichtig zijn tegenover kinderen en bejaarden.
Binnen de bebouwde kom laat je minstens 1 meter afstand, buiten de bebouwde kom minstens 1,5 meter.

Fietsers en bromfietsers die een oversteekplaats willen gebruiken, hebben geen voorrang.
Zijn ze echter al op de oversteekplaats, mag je hen niet hinderen of in gevaar brengen. Nader een oversteekplaats dus altijd met matige snelheid.

Je mag een rood verkeerslicht niet voorbijrijden.

Ook al brandt er een groene voorlooppijl, je moet nog steeds voorrang geven aan de andere weggebruikers.

Je mag niet op rijstroken rijden waar boven een rood kruis brandt.

Wanneer je gevaarlijke goederen vervoert, mag je sommige wegen niet gebruiken.

Je mag nooit tegen de richting in rijden.

Je moet altijd rekening houden met de MBT, je mag sommige wegen niet gebruiken.

Je mag een inhaalverbod nooit negeren.

Je mag een doorlopende streep niet overschrijden en er niet links van rijden wanneer ze de twee rijrichtingen van elkaar scheidt.
Ook een gele doorlopende streep mag je niet overschrijden.
Onderdeel afgerond!
De leerstof uit dit onderdeel wordt mee getest in de andere oefeningen en proefexamens.
- VorigeAlcohol of drugs
- VolgendeVierde graad


