Overtredingen van de vierde graad

We geven je hier een overzicht van de overtredingen van de vierde graad, maar je hoeft niet vanbuiten te leren welke overtredingen daarbij horen. Onthou wel: overtredingen van de vierde graad kosten je 5 punten op het examen.

Een agent met 1 arm gestrekt.

Als een agent één of beide armen strekt, mogen de weggebruikers in de richting van zijn armen doorrijden. 

Je mag dus niet in de richting van zijn rug of buik rijden.

Een agent met een toorts.

Als een agent heen en weer zwaait met een rode toorts die naar jou gericht is, moet je stoppen.

Racen is verboden.

Je mag niemand aansporen of uitdagen om overdreven snel te rijden: racen is verboden.

Inhalen is verboden voor of in een gevaarlijke bocht.

Je mag niet inhalen nabij de top van een helling of in een bocht met weinig zichtbaarheid, behalve wanneer dat kan zonder op het gedeelte van de tegenliggers te rijden, bijvoorbeeld wanneer er twee rijstroken in jouw rijrichting zijn.

Een overweg met rode lichten.

Je mag een overweg niet oprijden wanneer de rode lichten knipperen, de slagbomen bewegen of gesloten zijn, of wanneer het geluidssignaal werkt.

Je mag niet stilstaan en niet parkeren op een overweg.

Je mag niet stilstaan of parkeren op een overweg.

Begin van een autosnelweg.

Op een autosnelweg mag je de middenberm niet gebruiken, niet keren, niet achteruitrijden en niet tegen de rijrichting in rijden.


Onderdeel afgerond!

De leerstof uit dit onderdeel wordt mee getest in de andere oefeningen en proefexamens.