Bus, tram en trein

Bussen

Een bus vertrekt aan een halte

Binnen de bebouwde kom moet je een bus die met de richtingaanwijzer de halte wil verlaten, voorrang geven.

Binnen de bebouwde kom moet je voorrang geven aan een lijnbus die haar halte wil verlaten en dat aangeeft met de richtingsaanwijzer. Buiten de bebouwde kom hoef je dat niet te doen.

De regel geldt niet voor autocars, zoals bussen van reisorganisaties, en ook niet voor schoolbussen.


Kruisen van een bijzonder overrijdbare bedding of een busstrook

Als je een bijzonder overrijdbare bedding kruist, hebben de andere bestuurders voorrang.

Je leerde eerder al dat je bij het veranderen van richting voorrang moet geven aan bestuurders die de andere delen van dezelfde openbare weg volgen. 

Wil je een bijzonder overrijdbare bedding kruisen, dan moet je voorrang geven aan de voertuigen die zich daarop bevinden.

Als je een busstrook kruist, hebben de andere bestuurders voorrang.

Ook wanneer je een busstrook wil kruisen, moet je voorrang geven aan de voertuigen die zich daarop bevinden.


Een schoolbus

Een schoolbus.
  • Aanwijzingsbord F17-bus

Als je een schoolbus nadert, moet je extra voorzichtig zijn. Je herkent ze aan het gele bord dat zowel vooraan als achteraan is aangebracht.

Verminder je snelheid en stop indien nodig wanneer de bestuurder zijn beide richtingaanwijzers gebruikt om aan te geven dat er kinderen gaan in- of uitstappen.


Trams

Voorrang

Een tram heeft altijd voorrang.

Zoals je weet, heeft een tram altijd voorrang, want het verkeersreglement geldt niet voor hem. 

Een trambestuurder moet enkel rekening houden met verkeerslichten en bevelen van de bevoegde personen.


Een tram of bushalte zonder vluchtheuvel

Een tramhalte waar geen vluchtheuvel is voorzien.

Als er bij een tram- of bushalte geen vluchtheuvel is en de passagiers in- of uitstappen aan de kant waar jij rijdt, moet je hen voorrang geven. Dit betekent dat je indien nodig stopt zodat zij de rijbaan veilig kunnen oversteken.


Treinen

Voorrang

Een trein heeft altijd voorrang.

Een trein heeft ook altijd voorrang. 

Een overweg zonder lichten en slagbomen.

Let dus extra goed op bij onbewaakte overwegen, waar geen verkeerslichten noch slagbomen staan. 


Verkeerslichten aan een overweg

Een overweg met een wit licht.

Als het witte licht knippert, mag je doorrijden

Je mag een overweg niet oprijden als je niet zeker bent dat je deze ook weer kan vrijmaken.

Let op: rijd de overweg pas op als je er volledig over kunt. Wacht bij bijvoorbeeld file tot er na de overweg genoeg plaats is vooraleer je vertrekt.

Een overweg met rode lichten.

Als de rode lichten knipperen, moet je stoppen. Tegelijkertijd hoor je ook een geluidssignaal. Kort daarna sluiten ook de slagbomen, als de overweg er heeft.


Klaar om te oefenen?

Je hebt dit onderdeel afgerond. Test je kennis met 18 oefenvragen.

Oefenvragen starten