De bevoegde personen

Hiërarchie

Hiërarchie in de wegcode.

De hiërarchische volgorde in de wegcode:

  1. Bevoegde personen
  2. Verkeerslichten
  3. Verkeersborden over voorrang
  4. Verkeersregels

Zie je bijvoorbeeld een STOP-bord maar is het verkeerslicht groen? Dan mag je doorrijden want verkeerslichten gaan boven voorrangsborden. 

Of kom je aan een kruispunt met verkeerslichten, maar regelt een politieagent het verkeer? Dan volg je zijn bevelen, zelfs als het licht op rood staat.

Politieagenten zullen andere hulpdiensten niet onnodig vertragen, maar ook een brandweer- of ziekenwagen met zwaailichten en sirene moet stoppen als een agent dat beveelt.

Wie zijn de bevoegde personen?

De politie

Een politie agent of inspecteur.

In de meeste gevallen worden de bevelen gegeven door de politie. Krijg je een bevel, volg dit dan meteen op en ga er niet over in discussie. 

In noodsituaties kan je altijd de hulpdiensten bereiken via het nummer 112.


De brandweer

Brandweer.

Als de politie nog niet ter plaatse is, maar de brandweer of de civiele bescherming wel, dan mogen ook zij bevelen geven die je moet opvolgen.


De bevelen van bevoegde personen

Een arm omhoog

Een agent die op een fluitje blaast.

Als een agent zijn arm omhoog steekt moeten alle weggebruikers stoppen. Vaak blaast hij dan ook op zijn fluitje om de aandacht van iedereen te trekken, maar het fluiten op zich is geen bevel.

Als je al op het kruispunt was, verlaat je dit zo snel mogelijk.


Een of beide armen gestrekt

Een agent met beide armen gestrekt.

Als een agent één of beide armen strekt, mogen de weggebruikers in de richting van zijn armen doorrijden. Het maakt dus niet uit of de agent maar één of zijn beide armen strekt, het bevel is hetzelfde.

De weggebruikers in de richting van de agent zijn rug of buik moeten stoppen.

In dit voorbeeld moet de blauwe auto dus blijven staan.


Zwaaien, met of zonder rode toorts

Een agent met een toorts.

Als een agent heen en weer zwaait met een rode toorts, moet de bestuurder naar wie het licht gericht is stoppen.

Maakt de agent een draaiende armbeweging, dan vraagt hij om sneller te rijden. Beweegt hij zijn arm op en neer, dan wil hij dat je vertraagt.


Prioritaire voertuigen

Een prioritair voertuig met zwaailichten en sirene.

Prioritaire voertuigen zoals politie-, brandweer- en ziekenwagens zijn te herkennen aan hun blauwe zwaailichten en sirene. 

Zie je de zwaailichten en hoor je de sirene? Dan ben je verplicht om voorrang te geven: dat kan door te vertragen, te stoppen, of zelfs even de rijbaan te verlaten als dat nodig is. 

Zijn enkel de zwaailichten aan? Dan hoef je niets speciaal te doen en mag je gewoon doorrijden.

Kom je aan een rotonde en rijdt er een prioritair voertuig achter je? Rij dan een extra rondje, dan moeten ze je na de rotonde niet inhalen.

Personen die aanwijzingen geven

Een gemachtigd opzichter helpt kinderen oversteken.

Er zijn ook gemachtigde opzichters die aanwijzingen geven die je moet opvolgen. Op kruispunten waar geen verkeerslichten staan kunnen zij het verkeer dan ook stilleggen, ze gebruiken hiervoor een draagbaar verkeersbord C3.

Deze opzichters zijn geen bevoegde personen.


Klaar om te oefenen?

Je hebt dit onderdeel afgerond. Test je kennis met 24 oefenvragen.

Oefenvragen starten